Onze samenleving is de laatste jaren flink veranderd. Voor het bieden van informele ondersteuning aan (kwetsbare) mensen wordt meer en meer een beroep gedaan op de directe omgeving (familie, buren, collega’s, vrienden, bekenden, vrijwilligers, teamleden van de sportvereniging, koorleden o.i.d.) Zowel jong als oud wil mee kunnen doen in het maatschappelijk verkeer, een netwerk opbouwen, activiteiten ondernemen of een zinvolle dagbesteding hebben. Het lijkt allemaal vanzelfsprekend, maar soms lukt het iemand of een gezin door verschillende omstandigheden niet om mee te doen. Ze komen eenmalig of structureel in de problemen en raken de grip op het leven kwijt. Elkaar in het oog houden, beseffen wanneer iemand hulp kan gebruiken is voor iedereen belangrijk. Maar waar moet u dan op letten en wat doet u als u voelt dat het niet helemaal goed zit?


Aan de hand van de onderstaande kaart kunt u aangeven welke signalen u ziet en waar u terecht kunt.

Niet pluisgedrag

huis, tuin, zichzelf.
Bij kinderen: spelen vaak/laat/alleen op straat, zien er onverzorgd uit, kinderen moeten alleen naar school (niet passend bij de leeftijd), kinderen dragen zorg voor jongere broertjes/zusjes.

Agressie boos; geïrriteerd, driftbuien, uitbarstingen. overdreven uitgelaten; rusteloos, kan niet ontspannen, te blij, uitgelaten.

lusteloos, geen interesse, geen initiatief, onzeker, afhankelijk, trekt zich terug, eenzaam, piekeren, angstig, huilerig.

is vaak ziek, blauwe plekken, slecht eetpatroon, slaapt slecht, gespannen spieren, maagklachten, rug- of hoofdpijn.

pest, wordt gepest, gebruikt alcohol of drugs, computer en/of socialmedia kunnen niet worden losgelaten, druk, impulsief.
Bij kinderen: ouders schreeuwen tegen het kind, kinderen maken onderling veel ruzie (fysiek/verbaal), kinderen krijgen mee dat ouders ruzie maken, gedraagt zich in bijzijn van ouders anders.

concentratieproblemen, raakt spullen kwijt, woordvindproblemen, kan de weg niet vinden, komt vaak te laat, valt in herhaling zonder dit zelf door te hebben.

waandenkbeelden, hallucinaties, verward denken; dingen horen en zien die er niet zijn

geen of weinig vertrouwen in anderen
Bij kinderen: overdreven aanhankelijk gedrag, verkrampt, schrikt van lichamelijk contact.

Wat kunt u doen met niet pluissignalen?

  • Maak aantekeningen van wat u concreet hebt opgemerkt.

    De signaleringskaart niet pluis helpt u hierbij.

  • Bespreek signalen met betrokkene(n).

    Doe dit voorzichtig, het kan gevoelig liggen. Gebruik een ik-boodschap, benoem concreet waarneembaar gedrag en vraag of het herkend wordt: "Het valt mij op dat..., klopt dat?".

  • Vraag of er al iets aan gedaan wordt.

    Noteer, indien van toepassing, met welke hulpverlenende instanties betrokkene contact heeft.

  • Overleg met betrokkene(n).

    Wat kan hij/zij zelf oppakken en wat heeft hij/zij daarbij nodig.

  • Meld dat u signalen doorgeeft aan uw coördinator.

    Deze zal indien mogelijk samen met u contact opnemen met betrokkene(n).

  • Als er geen coördinator is kunt u voor informatie en advies contact opnemen via onderstaande gegevens.

Meld direct!

Wilt u liever telefonisch contact om uw niet pluis gevoel te bespreken?
Bel dan met: 0342 - 419658

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Laat een bericht achter en wij nemen contact met u op.





Contact Us

We're not around right now. But you can send us an email and we'll get back to you, asap.

Start typing and press Enter to search